Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | overkap |
| jij / je | overkapt |
| hij / zij / het | overkapt |
| wij / we | overkappen |
| jullie | overkappen |
| zij / ze | overkappen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | overkapte |
| jij / je | overkapte |
| hij / zij / het | overkapte |
| wij / we | overkapten |
| jullie | overkapten |
| zij / ze | overkapten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | overkappe |
| jij / je | overkappe |
| hij / zij / het | overkappe |
| wij / we | overkappen |
| jullie | overkappen |
| zij / ze | overkappen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | overkapte |
| jij / je | overkapte |
| hij / zij / het | overkapte |
| wij / we | overkapten |
| jullie | overkapten |
| zij / ze | overkapten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | overkap |
| jullie (archaïsch) | overkapt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | overkappen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | overkappend |
Voltooid deelwoord
| — | overkapt |