Conjugation of overeten
/ˌoː.vərˈeː.tə(n)/zich ~ uit gulzigheid te veel eten Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | overeet |
| jij / je | overeet |
| hij / zij / het | overeet |
| wij / we | overeten |
| jullie | overeten |
| zij / ze | overeten |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | overat |
| jij / je | overat |
| hij / zij / het | overat |
| wij / we | overaten |
| jullie | overaten |
| zij / ze | overaten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | overete |
| jij / je | overete |
| hij / zij / het | overete |
| wij / we | overeten |
| jullie | overeten |
| zij / ze | overeten |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | overate |
| jij / je | overate |
| hij / zij / het | overate |
| wij / we | overaten |
| jullie | overaten |
| zij / ze | overaten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | overeet |
| jullie (archaïsch) | overeet |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | overeten |
Tegenwoordig deelwoord
| — | overetend |
Voltooid deelwoord
| — | overeten |