HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← overbevolken — definition

Conjugation of overbevolken

Regular CEFR C1
ˌoːvər.bəˈvɔlkə(n)

met te veel mensen of dieren bevolken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik overbevolk
jij / je overbevolkt
hij / zij / het overbevolkt
wij / we overbevolken
jullie overbevolken
zij / ze overbevolken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik overbevolkte
jij / je overbevolkte
hij / zij / het overbevolkte
wij / we overbevolkten
jullie overbevolkten
zij / ze overbevolkten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik overbevolke
jij / je overbevolke
hij / zij / het overbevolke
wij / we overbevolken
jullie overbevolken
zij / ze overbevolken
Aanvoegende wijs — verleden
ik overbevolkte
jij / je overbevolkte
hij / zij / het overbevolkte
wij / we overbevolkten
jullie overbevolkten
zij / ze overbevolkten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij overbevolk
jullie (archaïsch) overbevolkt

Onbepaalde vormen

Infinitief
overbevolken
Tegenwoordig deelwoord
overbevolkend
Voltooid deelwoord
overbevolkt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary