Conjugation of overacteren
/ˌoːvərˈɑk.teː.rə(n)/bewust of onbewust op een overdreven manier acteren Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | overacteer |
| jij / je | overacteert |
| hij / zij / het | overacteert |
| wij / we | overacteren |
| jullie | overacteren |
| zij / ze | overacteren |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | overacteerde |
| jij / je | overacteerde |
| hij / zij / het | overacteerde |
| wij / we | overacteerden |
| jullie | overacteerden |
| zij / ze | overacteerden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | overactere |
| jij / je | overactere |
| hij / zij / het | overactere |
| wij / we | overacteren |
| jullie | overacteren |
| zij / ze | overacteren |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | overacteerde |
| jij / je | overacteerde |
| hij / zij / het | overacteerde |
| wij / we | overacteerden |
| jullie | overacteerden |
| zij / ze | overacteerden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | overacteer |
| jullie (archaïsch) | overacteert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | overacteren |
Tegenwoordig deelwoord
| — | overacterend |
Voltooid deelwoord
| — | overacteerd |