HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← otteren — definition

Conjugation of otteren

Regular CEFR B1
ˈɔ.tə.rə(n)

heel moeizaam bezig zijn Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik otter
jij / je ottert
hij / zij / het ottert
wij / we otteren
jullie otteren
zij / ze otteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik otterde
jij / je otterde
hij / zij / het otterde
wij / we otterden
jullie otterden
zij / ze otterden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ottere
jij / je ottere
hij / zij / het ottere
wij / we otteren
jullie otteren
zij / ze otteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik otterde
jij / je otterde
hij / zij / het otterde
wij / we otterden
jullie otterden
zij / ze otterden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij otter
jullie (archaïsch) ottert

Onbepaalde vormen

Infinitief
otteren
Tegenwoordig deelwoord
otterend
Voltooid deelwoord
geotterd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary