HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ordenen — definition

Conjugation of ordenen

Regular CEFR C2
ˈɔrdənə(n)

plaatsen volgens een bepaalde ordening of regel Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik orden
jij / je ordent
hij / zij / het ordent
wij / we ordenen
jullie ordenen
zij / ze ordenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ordende
jij / je ordende
hij / zij / het ordende
wij / we ordenden
jullie ordenden
zij / ze ordenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ordene
jij / je ordene
hij / zij / het ordene
wij / we ordenen
jullie ordenen
zij / ze ordenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ordende
jij / je ordende
hij / zij / het ordende
wij / we ordenden
jullie ordenden
zij / ze ordenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij orden
jullie (archaïsch) ordent

Onbepaalde vormen

Infinitief
ordenen
Tegenwoordig deelwoord
ordenend
Voltooid deelwoord
geordend

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary