HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← opteren — definition

Conjugation of opteren

Regular CEFR B1
ɔpˈteː.rə(n)

verteren, geheel opmaken, zodat er niets meer overblijft Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik opteer
jij / je opteert
hij / zij / het opteert
wij / we opteren
jullie opteren
zij / ze opteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik opteerde
jij / je opteerde
hij / zij / het opteerde
wij / we opteerden
jullie opteerden
zij / ze opteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik optere
jij / je optere
hij / zij / het optere
wij / we opteren
jullie opteren
zij / ze opteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik opteerde
jij / je opteerde
hij / zij / het opteerde
wij / we opteerden
jullie opteerden
zij / ze opteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij opteer
jullie (archaïsch) opteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
opteren
Tegenwoordig deelwoord
opterend
Voltooid deelwoord
geopteerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary