HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← opperen — definition

Conjugation of opperen

Regular CEFR B1

aanvoeren (bij metselaars), als opperman bezig zijn Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik opper
jij / je oppert
hij / zij / het oppert
wij / we opperen
jullie opperen
zij / ze opperen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik opperde
jij / je opperde
hij / zij / het opperde
wij / we opperden
jullie opperden
zij / ze opperden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik oppere
jij / je oppere
hij / zij / het oppere
wij / we opperen
jullie opperen
zij / ze opperen
Aanvoegende wijs — verleden
ik opperde
jij / je opperde
hij / zij / het opperde
wij / we opperden
jullie opperden
zij / ze opperden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij opper
jullie (archaïsch) oppert

Onbepaalde vormen

Infinitief
opperen
Tegenwoordig deelwoord
opperend
Voltooid deelwoord
geopperd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary