HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← opereren — definition

Conjugation of opereren

Regular CEFR B2

aan een chirurgische ingreep onderwerpen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik opereer
jij / je opereert
hij / zij / het opereert
wij / we opereren
jullie opereren
zij / ze opereren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik opereerde
jij / je opereerde
hij / zij / het opereerde
wij / we opereerden
jullie opereerden
zij / ze opereerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik operere
jij / je operere
hij / zij / het operere
wij / we opereren
jullie opereren
zij / ze opereren
Aanvoegende wijs — verleden
ik opereerde
jij / je opereerde
hij / zij / het opereerde
wij / we opereerden
jullie opereerden
zij / ze opereerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij opereer
jullie (archaïsch) opereert

Onbepaalde vormen

Infinitief
opereren
Tegenwoordig deelwoord
opererend
Voltooid deelwoord
geopereerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary