HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← oorloven — definition

Conjugation of oorloven

Regular CEFR B2
ˈoːrˌloː.və(n)

to allow, to permit Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik oorloof
jij / je oorlooft
hij / zij / het oorlooft
wij / we oorloven
jullie oorloven
zij / ze oorloven
Verleden tijd (o.v.t.)
ik oorloofde
jij / je oorloofde
hij / zij / het oorloofde
wij / we oorloofden
jullie oorloofden
zij / ze oorloofden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik oorlove
jij / je oorlove
hij / zij / het oorlove
wij / we oorloven
jullie oorloven
zij / ze oorloven
Aanvoegende wijs — verleden
ik oorloofde
jij / je oorloofde
hij / zij / het oorloofde
wij / we oorloofden
jullie oorloofden
zij / ze oorloofden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij oorloof
jullie (archaïsch) oorlooft

Onbepaalde vormen

Infinitief
oorloven
Tegenwoordig deelwoord
oorlovend
Voltooid deelwoord
geoorloofd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary