HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← oordelen — definition

Conjugation of oordelen

Regular CEFR B2
ˈordelə(n)

een oordeel uitspreken, een vaste uitspraak doen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik oordeel
jij / je oordeelt
hij / zij / het oordeelt
wij / we oordelen
jullie oordelen
zij / ze oordelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik oordeelde
jij / je oordeelde
hij / zij / het oordeelde
wij / we oordeelden
jullie oordeelden
zij / ze oordeelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik oordele
jij / je oordele
hij / zij / het oordele
wij / we oordelen
jullie oordelen
zij / ze oordelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik oordeelde
jij / je oordeelde
hij / zij / het oordeelde
wij / we oordeelden
jullie oordeelden
zij / ze oordeelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij oordeel
jullie (archaïsch) oordeelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
oordelen
Tegenwoordig deelwoord
oordelend
Voltooid deelwoord
geoordeeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary