HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontzwellen — definición

Conjugation of ontzwellen

Regular CEFR B2
/ˌɔntˈzʋɛ.lə(n)/

to unswell, to cease from swelling Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontzwel
jij / je ontzwelt
hij / zij / het ontzwelt
wij / we ontzwellen
jullie ontzwellen
zij / ze ontzwellen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontzwol
jij / je ontzwol
hij / zij / het ontzwol
wij / we ontzwollen
jullie ontzwollen
zij / ze ontzwollen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontzwelle
jij / je ontzwelle
hij / zij / het ontzwelle
wij / we ontzwellen
jullie ontzwellen
zij / ze ontzwellen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontzwolle
jij / je ontzwolle
hij / zij / het ontzwolle
wij / we ontzwollen
jullie ontzwollen
zij / ze ontzwollen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontzwel
jullie (archaïsch) ontzwelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontzwellen
Tegenwoordig deelwoord
ontzwellend
Voltooid deelwoord
ontzwollen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary