HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontzwachtelen — definición

Conjugation of ontzwachtelen

Regular CEFR C1
/ˌɔntˈzʋɑx.tə.lə(n)/

to unbandage, to unbind bandages Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontzwachtel
jij / je ontzwachtelt
hij / zij / het ontzwachtelt
wij / we ontzwachtelen
jullie ontzwachtelen
zij / ze ontzwachtelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontzwachtelde
jij / je ontzwachtelde
hij / zij / het ontzwachtelde
wij / we ontzwachtelden
jullie ontzwachtelden
zij / ze ontzwachtelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontzwachtele
jij / je ontzwachtele
hij / zij / het ontzwachtele
wij / we ontzwachtelen
jullie ontzwachtelen
zij / ze ontzwachtelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontzwachtelde
jij / je ontzwachtelde
hij / zij / het ontzwachtelde
wij / we ontzwachtelden
jullie ontzwachtelden
zij / ze ontzwachtelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontzwachtel
jullie (archaïsch) ontzwachtelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontzwachtelen
Tegenwoordig deelwoord
ontzwachtelend
Voltooid deelwoord
ontzwachteld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary