HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontzilten — definición

Conjugation of ontzilten

Regular CEFR B2

van opgelost zout ontdoen, ontzouten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontzilt
jij / je ontzilt
hij / zij / het ontzilt
wij / we ontzilten
jullie ontzilten
zij / ze ontzilten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontziltte
jij / je ontziltte
hij / zij / het ontziltte
wij / we ontziltten
jullie ontziltten
zij / ze ontziltten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontzilte
jij / je ontzilte
hij / zij / het ontzilte
wij / we ontzilten
jullie ontzilten
zij / ze ontzilten
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontziltte
jij / je ontziltte
hij / zij / het ontziltte
wij / we ontziltten
jullie ontziltten
zij / ze ontziltten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontzilt
jullie (archaïsch) ontzilt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontzilten
Tegenwoordig deelwoord
ontziltend
Voltooid deelwoord
ontzilt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary