HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontzielen — definition

Conjugation of ontzielen

Regular CEFR B2
ˌɔntˈzi.lə(n)

van zijn ziel beroven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontziel
jij / je ontzielt
hij / zij / het ontzielt
wij / we ontzielen
jullie ontzielen
zij / ze ontzielen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontzielde
jij / je ontzielde
hij / zij / het ontzielde
wij / we ontzielden
jullie ontzielden
zij / ze ontzielden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontziele
jij / je ontziele
hij / zij / het ontziele
wij / we ontzielen
jullie ontzielen
zij / ze ontzielen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontzielde
jij / je ontzielde
hij / zij / het ontzielde
wij / we ontzielden
jullie ontzielden
zij / ze ontzielden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontziel
jullie (archaïsch) ontzielt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontzielen
Tegenwoordig deelwoord
ontzielend
Voltooid deelwoord
ontzield

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary