HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontzeggen — definition

Conjugation of ontzeggen

Regular CEFR C2
ɔntˈzɛ.ɣə(n)

iemand iets ~: een toelating weigeren of intrekken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontzeg
jij / je ontzegt
hij / zij / het ontzegt
wij / we ontzeggen
jullie ontzeggen
zij / ze ontzeggen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontzei
jij / je ontzei
hij / zij / het ontzei
wij / we ontzeiden
jullie ontzeiden
zij / ze ontzeiden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontzegge
jij / je ontzegge
hij / zij / het ontzegge
wij / we ontzeggen
jullie ontzeggen
zij / ze ontzeggen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontzeide
jij / je ontzeide
hij / zij / het ontzeide
wij / we ontzeiden
jullie ontzeiden
zij / ze ontzeiden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontzeg
jullie (archaïsch) ontzegt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontzeggen
Tegenwoordig deelwoord
ontzeggend
Voltooid deelwoord
ontzegd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary