Conjugation of ontwaaien
/ˌɔntˈʋaːi̯.ə(n)/to prepare the body of a deceased person for a funeral Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | ontwaai |
| jij / je | ontwaait |
| hij / zij / het | ontwaait |
| wij / we | ontwaaien |
| jullie | ontwaaien |
| zij / ze | ontwaaien |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | ontwaaide |
| jij / je | ontwaaide |
| hij / zij / het | ontwaaide |
| wij / we | ontwaaiden |
| jullie | ontwaaiden |
| zij / ze | ontwaaiden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | ontwaaie |
| jij / je | ontwaaie |
| hij / zij / het | ontwaaie |
| wij / we | ontwaaien |
| jullie | ontwaaien |
| zij / ze | ontwaaien |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | ontwaaide |
| jij / je | ontwaaide |
| hij / zij / het | ontwaaide |
| wij / we | ontwaaiden |
| jullie | ontwaaiden |
| zij / ze | ontwaaiden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | ontwaai |
| jullie (archaïsch) | ontwaait |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | ontwaaien |
Tegenwoordig deelwoord
| — | ontwaaiend |
Voltooid deelwoord
| — | ontwaaid |