HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontvolken — definition

Conjugation of ontvolken

Regular CEFR B2
ɔntˈfɔlkə(n)

zijn bevolking verliezen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontvolk
jij / je ontvolkt
hij / zij / het ontvolkt
wij / we ontvolken
jullie ontvolken
zij / ze ontvolken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontvolkte
jij / je ontvolkte
hij / zij / het ontvolkte
wij / we ontvolkten
jullie ontvolkten
zij / ze ontvolkten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontvolke
jij / je ontvolke
hij / zij / het ontvolke
wij / we ontvolken
jullie ontvolken
zij / ze ontvolken
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontvolkte
jij / je ontvolkte
hij / zij / het ontvolkte
wij / we ontvolkten
jullie ontvolkten
zij / ze ontvolkten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontvolk
jullie (archaïsch) ontvolkt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontvolken
Tegenwoordig deelwoord
ontvolkend
Voltooid deelwoord
ontvolkt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary