HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontvlechten — definición

Conjugation of ontvlechten

Regular CEFR C1
/ˌɔntˈʋlɛx.tə(n)/

uit elkaar halen van wat samengevoegd is Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontvlecht
jij / je ontvlecht
hij / zij / het ontvlecht
wij / we ontvlechten
jullie ontvlechten
zij / ze ontvlechten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontvlocht
jij / je ontvlocht
hij / zij / het ontvlocht
wij / we ontvlochten
jullie ontvlochten
zij / ze ontvlochten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontvlechte
jij / je ontvlechte
hij / zij / het ontvlechte
wij / we ontvlechten
jullie ontvlechten
zij / ze ontvlechten
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontvlochte
jij / je ontvlochte
hij / zij / het ontvlochte
wij / we ontvlochten
jullie ontvlochten
zij / ze ontvlochten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontvlecht
jullie (archaïsch) ontvlecht

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontvlechten
Tegenwoordig deelwoord
ontvlechtend
Voltooid deelwoord
ontvlochten

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary