HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontvallen — definición

Conjugation of ontvallen

Regular CEFR C2
/ˌɔntˈvɑlə(n)/

uit iemands hand vallen in overdrachtelijke, vaak religieuze, zin Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontval
jij / je ontvalt
hij / zij / het ontvalt
wij / we ontvallen
jullie ontvallen
zij / ze ontvallen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontviel
jij / je ontviel
hij / zij / het ontviel
wij / we ontvielen
jullie ontvielen
zij / ze ontvielen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontvalle
jij / je ontvalle
hij / zij / het ontvalle
wij / we ontvallen
jullie ontvallen
zij / ze ontvallen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontviele
jij / je ontviele
hij / zij / het ontviele
wij / we ontvielen
jullie ontvielen
zij / ze ontvielen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontval
jullie (archaïsch) ontvalt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontvallen
Tegenwoordig deelwoord
ontvallend
Voltooid deelwoord
ontvallen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary