HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontspruiten — definition

Conjugation of ontspruiten

Regular CEFR C1
ˌɔntˈsprœy̯.tə(n)

een nieuwe loot vormen aan een plant of uit een zaad. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontspruit
jij / je ontspruit
hij / zij / het ontspruit
wij / we ontspruiten
jullie ontspruiten
zij / ze ontspruiten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontsproot
jij / je ontsproot
hij / zij / het ontsproot
wij / we ontsproten
jullie ontsproten
zij / ze ontsproten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontspruite
jij / je ontspruite
hij / zij / het ontspruite
wij / we ontspruiten
jullie ontspruiten
zij / ze ontspruiten
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontsprote
jij / je ontsprote
hij / zij / het ontsprote
wij / we ontsproten
jullie ontsproten
zij / ze ontsproten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontspruit
jullie (archaïsch) ontspruit

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontspruiten
Tegenwoordig deelwoord
ontspruitend
Voltooid deelwoord
ontsproten

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary