HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontslapen — definition

Conjugation of ontslapen

Regular CEFR B2
ˌɔntˈslaːpə(n)

sterven# voltooid deelwoord van ontslapen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontslaap
jij / je ontslaapt
hij / zij / het ontslaapt
wij / we ontslapen
jullie ontslapen
zij / ze ontslapen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontsliep
jij / je ontsliep
hij / zij / het ontsliep
wij / we ontsliepen
jullie ontsliepen
zij / ze ontsliepen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontslape
jij / je ontslape
hij / zij / het ontslape
wij / we ontslapen
jullie ontslapen
zij / ze ontslapen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontsliepe
jij / je ontsliepe
hij / zij / het ontsliepe
wij / we ontsliepen
jullie ontsliepen
zij / ze ontsliepen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontslaap
jullie (archaïsch) ontslaapt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontslapen
Tegenwoordig deelwoord
ontslapend
Voltooid deelwoord
ontslapen

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary