Conjugation of ontregelen
/ˌɔntˈreː.ɣə.lə(n)/de regelmaat of goed geregelde werking verstoren in het bijzonder van systemen Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | ontregel |
| jij / je | ontregelt |
| hij / zij / het | ontregelt |
| wij / we | ontregelen |
| jullie | ontregelen |
| zij / ze | ontregelen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | ontregelde |
| jij / je | ontregelde |
| hij / zij / het | ontregelde |
| wij / we | ontregelden |
| jullie | ontregelden |
| zij / ze | ontregelden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | ontregele |
| jij / je | ontregele |
| hij / zij / het | ontregele |
| wij / we | ontregelen |
| jullie | ontregelen |
| zij / ze | ontregelen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | ontregelde |
| jij / je | ontregelde |
| hij / zij / het | ontregelde |
| wij / we | ontregelden |
| jullie | ontregelden |
| zij / ze | ontregelden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | ontregel |
| jullie (archaïsch) | ontregelt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | ontregelen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | ontregelend |
Voltooid deelwoord
| — | ontregeld |