HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontpolderen — definición

Conjugation of ontpolderen

Regular CEFR C1
/ɔntˈpɔl.də.rə(n)/

een eerder ingepolderd gebied weer onder water zetten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontpolder
jij / je ontpoldert
hij / zij / het ontpoldert
wij / we ontpolderen
jullie ontpolderen
zij / ze ontpolderen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontpolderde
jij / je ontpolderde
hij / zij / het ontpolderde
wij / we ontpolderden
jullie ontpolderden
zij / ze ontpolderden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontpoldere
jij / je ontpoldere
hij / zij / het ontpoldere
wij / we ontpolderen
jullie ontpolderen
zij / ze ontpolderen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontpolderde
jij / je ontpolderde
hij / zij / het ontpolderde
wij / we ontpolderden
jullie ontpolderden
zij / ze ontpolderden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontpolder
jullie (archaïsch) ontpoldert

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontpolderen
Tegenwoordig deelwoord
ontpolderend
Voltooid deelwoord
ontpolderd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary