HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontplooien — definition

Conjugation of ontplooien

Regular CEFR C2
ˌɔntˈploːi̯ə(n)

ontwikkelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontplooi
jij / je ontplooit
hij / zij / het ontplooit
wij / we ontplooien
jullie ontplooien
zij / ze ontplooien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontplooide
jij / je ontplooide
hij / zij / het ontplooide
wij / we ontplooiden
jullie ontplooiden
zij / ze ontplooiden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontplooie
jij / je ontplooie
hij / zij / het ontplooie
wij / we ontplooien
jullie ontplooien
zij / ze ontplooien
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontplooide
jij / je ontplooide
hij / zij / het ontplooide
wij / we ontplooiden
jullie ontplooiden
zij / ze ontplooiden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontplooi
jullie (archaïsch) ontplooit

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontplooien
Tegenwoordig deelwoord
ontplooiend
Voltooid deelwoord
ontplooid

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary