HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontpakken — definition

Conjugation of ontpakken

Regular CEFR B2
ˌɔntˈpɑ.kə(n)

uitpakken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontpak
jij / je ontpakt
hij / zij / het ontpakt
wij / we ontpakken
jullie ontpakken
zij / ze ontpakken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontpakte
jij / je ontpakte
hij / zij / het ontpakte
wij / we ontpakten
jullie ontpakten
zij / ze ontpakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontpakke
jij / je ontpakke
hij / zij / het ontpakke
wij / we ontpakken
jullie ontpakken
zij / ze ontpakken
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontpakte
jij / je ontpakte
hij / zij / het ontpakte
wij / we ontpakten
jullie ontpakten
zij / ze ontpakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontpak
jullie (archaïsch) ontpakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontpakken
Tegenwoordig deelwoord
ontpakkend
Voltooid deelwoord
ontpakt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary