HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontmaken — definición

Conjugation of ontmaken

Regular CEFR B2
/ˌɔntˈmaː.kə(n)/

zich van iets of iemand ontdoen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontmaak
jij / je ontmaakt
hij / zij / het ontmaakt
wij / we ontmaken
jullie ontmaken
zij / ze ontmaken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontmaakte
jij / je ontmaakte
hij / zij / het ontmaakte
wij / we ontmaakten
jullie ontmaakten
zij / ze ontmaakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontmake
jij / je ontmake
hij / zij / het ontmake
wij / we ontmaken
jullie ontmaken
zij / ze ontmaken
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontmaakte
jij / je ontmaakte
hij / zij / het ontmaakte
wij / we ontmaakten
jullie ontmaakten
zij / ze ontmaakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontmaak
jullie (archaïsch) ontmaakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontmaken
Tegenwoordig deelwoord
ontmakend
Voltooid deelwoord
ontmaakt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary