Conjugation of ontkerkelijken
/ˌɔntˈkɛr.kə.lə.kə(n)/to secularize, to make or become less Christian (specifically affiliated with a church) Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | ontkerkelijk |
| jij / je | ontkerkelijkt |
| hij / zij / het | ontkerkelijkt |
| wij / we | ontkerkelijken |
| jullie | ontkerkelijken |
| zij / ze | ontkerkelijken |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | ontkerkelijkte |
| jij / je | ontkerkelijkte |
| hij / zij / het | ontkerkelijkte |
| wij / we | ontkerkelijkten |
| jullie | ontkerkelijkten |
| zij / ze | ontkerkelijkten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | ontkerkelijke |
| jij / je | ontkerkelijke |
| hij / zij / het | ontkerkelijke |
| wij / we | ontkerkelijken |
| jullie | ontkerkelijken |
| zij / ze | ontkerkelijken |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | ontkerkelijkte |
| jij / je | ontkerkelijkte |
| hij / zij / het | ontkerkelijkte |
| wij / we | ontkerkelijkten |
| jullie | ontkerkelijkten |
| zij / ze | ontkerkelijkten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | ontkerkelijk |
| jullie (archaïsch) | ontkerkelijkt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | ontkerkelijken |
Tegenwoordig deelwoord
| — | ontkerkelijkend |
Voltooid deelwoord
| — | ontkerkelijkt |