Conjugation of onthouden
/ˌɔntˈɦɑu̯.də(n)/zich ~: bewust iets niet doen of van iets afzien, hoewel er een wens of behoefte naar is Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | onthou |
| jij / je | onthoudt |
| hij / zij / het | onthoudt |
| wij / we | onthouden |
| jullie | onthouden |
| zij / ze | onthouden |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | onthield |
| jij / je | onthield |
| hij / zij / het | onthield |
| wij / we | onthielden |
| jullie | onthielden |
| zij / ze | onthielden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | onthoude |
| jij / je | onthoude |
| hij / zij / het | onthoude |
| wij / we | onthouden |
| jullie | onthouden |
| zij / ze | onthouden |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | onthielde |
| jij / je | onthielde |
| hij / zij / het | onthielde |
| wij / we | onthielden |
| jullie | onthielden |
| zij / ze | onthielden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | onthou |
| jullie (archaïsch) | onthoudt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | onthouden |
Tegenwoordig deelwoord
| — | onthoudend |
Voltooid deelwoord
| — | onthouden |