HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontharden — definition

Conjugation of ontharden

Regular CEFR B2
ɔntˈɦɑrdə(n)

natuurbeheer (van bebouwd gebied:) het vervangen van verharde oppervlakte (tegeltuinen, brede wegverharding, ingekokerde waterafvoerbuizen...) door natuur en andere plantengroei, smallere wegen, halfv Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik onthard
jij / je onthardt
hij / zij / het onthardt
wij / we ontharden
jullie ontharden
zij / ze ontharden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik onthardde
jij / je onthardde
hij / zij / het onthardde
wij / we onthardden
jullie onthardden
zij / ze onthardden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontharde
jij / je ontharde
hij / zij / het ontharde
wij / we ontharden
jullie ontharden
zij / ze ontharden
Aanvoegende wijs — verleden
ik onthardde
jij / je onthardde
hij / zij / het onthardde
wij / we onthardden
jullie onthardden
zij / ze onthardden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij onthard
jullie (archaïsch) onthardt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontharden
Tegenwoordig deelwoord
onthardend
Voltooid deelwoord
onthard

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary