HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← onthalzen — definition

Conjugation of onthalzen

Regular CEFR B2
ɔntˈɦɑlzə(n)

het hoofd van de romp verwijderen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik onthals
jij / je onthalst
hij / zij / het onthalst
wij / we onthalzen
jullie onthalzen
zij / ze onthalzen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik onthalsde
jij / je onthalsde
hij / zij / het onthalsde
wij / we onthalsden
jullie onthalsden
zij / ze onthalsden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik onthalze
jij / je onthalze
hij / zij / het onthalze
wij / we onthalzen
jullie onthalzen
zij / ze onthalzen
Aanvoegende wijs — verleden
ik onthalsde
jij / je onthalsde
hij / zij / het onthalsde
wij / we onthalsden
jullie onthalsden
zij / ze onthalsden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij onthals
jullie (archaïsch) onthalst

Onbepaalde vormen

Infinitief
onthalzen
Tegenwoordig deelwoord
onthalzend
Voltooid deelwoord
onthalsd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary