HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← onthalen — definition

Conjugation of onthalen

Regular CEFR B2
ˌɔntˈɦaː.lə(n)

iemand gastvrij verwelkomen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik onthaal
jij / je onthaalt
hij / zij / het onthaalt
wij / we onthalen
jullie onthalen
zij / ze onthalen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik onthaalde
jij / je onthaalde
hij / zij / het onthaalde
wij / we onthaalden
jullie onthaalden
zij / ze onthaalden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik onthale
jij / je onthale
hij / zij / het onthale
wij / we onthalen
jullie onthalen
zij / ze onthalen
Aanvoegende wijs — verleden
ik onthaalde
jij / je onthaalde
hij / zij / het onthaalde
wij / we onthaalden
jullie onthaalden
zij / ze onthaalden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij onthaal
jullie (archaïsch) onthaalt

Onbepaalde vormen

Infinitief
onthalen
Tegenwoordig deelwoord
onthalend
Voltooid deelwoord
onthaald

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary