HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontgoochelen — definition

Conjugation of ontgoochelen

Regular CEFR C1
ɔntˈxoxələ(n)

van een illusie beroven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontgoochel
jij / je ontgoochelt
hij / zij / het ontgoochelt
wij / we ontgoochelen
jullie ontgoochelen
zij / ze ontgoochelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontgoochelde
jij / je ontgoochelde
hij / zij / het ontgoochelde
wij / we ontgoochelden
jullie ontgoochelden
zij / ze ontgoochelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontgoochele
jij / je ontgoochele
hij / zij / het ontgoochele
wij / we ontgoochelen
jullie ontgoochelen
zij / ze ontgoochelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontgoochelde
jij / je ontgoochelde
hij / zij / het ontgoochelde
wij / we ontgoochelden
jullie ontgoochelden
zij / ze ontgoochelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontgoochel
jullie (archaïsch) ontgoochelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontgoochelen
Tegenwoordig deelwoord
ontgoochelend
Voltooid deelwoord
ontgoocheld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary