Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | ontgloei |
| jij / je | ontgloeit |
| hij / zij / het | ontgloeit |
| wij / we | ontgloeien |
| jullie | ontgloeien |
| zij / ze | ontgloeien |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | ontgloeide |
| jij / je | ontgloeide |
| hij / zij / het | ontgloeide |
| wij / we | ontgloeiden |
| jullie | ontgloeiden |
| zij / ze | ontgloeiden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | ontgloeie |
| jij / je | ontgloeie |
| hij / zij / het | ontgloeie |
| wij / we | ontgloeien |
| jullie | ontgloeien |
| zij / ze | ontgloeien |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | ontgloeide |
| jij / je | ontgloeide |
| hij / zij / het | ontgloeide |
| wij / we | ontgloeiden |
| jullie | ontgloeiden |
| zij / ze | ontgloeiden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | ontgloei |
| jullie (archaïsch) | ontgloeit |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | ontgloeien |
Tegenwoordig deelwoord
| — | ontgloeiend |
Voltooid deelwoord
| — | ontgloeid |