Conjugation of ontdubbelen
ˌɔn(t)ˈdʏ.bə.lə(n)exemplaren in een verzameling die identiek zijn aan elkaar op één na verwijderen, zodat de verzameling bestaat uit exemplaren die elk maar één keer voorkomen Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | ontdubbel |
| jij / je | ontdubbelt |
| hij / zij / het | ontdubbelt |
| wij / we | ontdubbelen |
| jullie | ontdubbelen |
| zij / ze | ontdubbelen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | ontdubbelde |
| jij / je | ontdubbelde |
| hij / zij / het | ontdubbelde |
| wij / we | ontdubbelden |
| jullie | ontdubbelden |
| zij / ze | ontdubbelden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | ontdubbele |
| jij / je | ontdubbele |
| hij / zij / het | ontdubbele |
| wij / we | ontdubbelen |
| jullie | ontdubbelen |
| zij / ze | ontdubbelen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | ontdubbelde |
| jij / je | ontdubbelde |
| hij / zij / het | ontdubbelde |
| wij / we | ontdubbelden |
| jullie | ontdubbelden |
| zij / ze | ontdubbelden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | ontdubbel |
| jullie (archaïsch) | ontdubbelt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | ontdubbelen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | ontdubbelend |
Voltooid deelwoord
| — | ontdubbeld |
Practice in context
Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.