HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontbossen — definición

Conjugation of ontbossen

Regular CEFR B2
/ɔntˈbɔsə(n)/

een gebied ontdoen van het erop groeiende woud Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontbos
jij / je ontbost
hij / zij / het ontbost
wij / we ontbossen
jullie ontbossen
zij / ze ontbossen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontboste
jij / je ontboste
hij / zij / het ontboste
wij / we ontbosten
jullie ontbosten
zij / ze ontbosten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontbosse
jij / je ontbosse
hij / zij / het ontbosse
wij / we ontbossen
jullie ontbossen
zij / ze ontbossen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontboste
jij / je ontboste
hij / zij / het ontboste
wij / we ontbosten
jullie ontbosten
zij / ze ontbosten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontbos
jullie (archaïsch) ontbost

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontbossen
Tegenwoordig deelwoord
ontbossend
Voltooid deelwoord
ontbost

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary