HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontbasten — definición

Conjugation of ontbasten

Regular CEFR B2
/ˌɔntˈbɑs.tə(n)/

to remove bark, to debark Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontbast
jij / je ontbast
hij / zij / het ontbast
wij / we ontbasten
jullie ontbasten
zij / ze ontbasten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontbastte
jij / je ontbastte
hij / zij / het ontbastte
wij / we ontbastten
jullie ontbastten
zij / ze ontbastten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontbaste
jij / je ontbaste
hij / zij / het ontbaste
wij / we ontbasten
jullie ontbasten
zij / ze ontbasten
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontbastte
jij / je ontbastte
hij / zij / het ontbastte
wij / we ontbastten
jullie ontbastten
zij / ze ontbastten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontbast
jullie (archaïsch) ontbast

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontbasten
Tegenwoordig deelwoord
ontbastend
Voltooid deelwoord
ontbast

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary