Conjugation of onderzoeken
/ɔndərˈzukə(n)/de oorzaak of reden van iets proberen te achterhalen Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | onderzoek |
| jij / je | onderzoekt |
| hij / zij / het | onderzoekt |
| wij / we | onderzoeken |
| jullie | onderzoeken |
| zij / ze | onderzoeken |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | onderzocht |
| jij / je | onderzocht |
| hij / zij / het | onderzocht |
| wij / we | onderzochten |
| jullie | onderzochten |
| zij / ze | onderzochten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | onderzoeke |
| jij / je | onderzoeke |
| hij / zij / het | onderzoeke |
| wij / we | onderzoeken |
| jullie | onderzoeken |
| zij / ze | onderzoeken |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | onderzochte |
| jij / je | onderzochte |
| hij / zij / het | onderzochte |
| wij / we | onderzochten |
| jullie | onderzochten |
| zij / ze | onderzochten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | onderzoek |
| jullie (archaïsch) | onderzoekt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | onderzoeken |
Tegenwoordig deelwoord
| — | onderzoekend |
Voltooid deelwoord
| — | onderzocht |