Conjugation of onderwaarderen
/ˌɔn.dər.ʋaːrˈdeː.rə(n)/te weinig waarderen Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | onderwaardeer |
| jij / je | onderwaardeert |
| hij / zij / het | onderwaardeert |
| wij / we | onderwaarderen |
| jullie | onderwaarderen |
| zij / ze | onderwaarderen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | onderwaardeerde |
| jij / je | onderwaardeerde |
| hij / zij / het | onderwaardeerde |
| wij / we | onderwaardeerden |
| jullie | onderwaardeerden |
| zij / ze | onderwaardeerden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | onderwaardere |
| jij / je | onderwaardere |
| hij / zij / het | onderwaardere |
| wij / we | onderwaarderen |
| jullie | onderwaarderen |
| zij / ze | onderwaarderen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | onderwaardeerde |
| jij / je | onderwaardeerde |
| hij / zij / het | onderwaardeerde |
| wij / we | onderwaardeerden |
| jullie | onderwaardeerden |
| zij / ze | onderwaardeerden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | onderwaardeer |
| jullie (archaïsch) | onderwaardeert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | onderwaarderen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | onderwaarderend |
Voltooid deelwoord
| — | onderwaardeerd |