Conjugation of ondervragen
/ɔndərˈvraːɣə(n)/iemand aan een intensieve reeks vragen onderwerpen Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | ondervraag |
| jij / je | ondervraagt |
| hij / zij / het | ondervraagt |
| wij / we | ondervragen |
| jullie | ondervragen |
| zij / ze | ondervragen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | ondervroeg |
| jij / je | ondervroeg |
| hij / zij / het | ondervroeg |
| wij / we | ondervroegen |
| jullie | ondervroegen |
| zij / ze | ondervroegen |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | ondervrage |
| jij / je | ondervrage |
| hij / zij / het | ondervrage |
| wij / we | ondervragen |
| jullie | ondervragen |
| zij / ze | ondervragen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | ondervroege |
| jij / je | ondervroege |
| hij / zij / het | ondervroege |
| wij / we | ondervroegen |
| jullie | ondervroegen |
| zij / ze | ondervroegen |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | ondervraag |
| jullie (archaïsch) | ondervraagt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | ondervragen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | ondervragend |
Voltooid deelwoord
| — | ondervraagd |