Conjugation of ondertunnelen
/ˌɔn.dərˈtʏ.nə.lə(n)/de beide kanten van een weg of water verbinden met elkaar met behulp van een tunnel Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | ondertunnel |
| jij / je | ondertunnelt |
| hij / zij / het | ondertunnelt |
| wij / we | ondertunnelen |
| jullie | ondertunnelen |
| zij / ze | ondertunnelen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | ondertunnelde |
| jij / je | ondertunnelde |
| hij / zij / het | ondertunnelde |
| wij / we | ondertunnelden |
| jullie | ondertunnelden |
| zij / ze | ondertunnelden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | ondertunnele |
| jij / je | ondertunnele |
| hij / zij / het | ondertunnele |
| wij / we | ondertunnelen |
| jullie | ondertunnelen |
| zij / ze | ondertunnelen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | ondertunnelde |
| jij / je | ondertunnelde |
| hij / zij / het | ondertunnelde |
| wij / we | ondertunnelden |
| jullie | ondertunnelden |
| zij / ze | ondertunnelden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | ondertunnel |
| jullie (archaïsch) | ondertunnelt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | ondertunnelen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | ondertunnelend |
Voltooid deelwoord
| — | ondertunneld |