Conjugation of ondertitelen
/ˌɔn.dərˈti.tə.lə(n)/ondertiteling aanbrengen Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | ondertitel |
| jij / je | ondertitelt |
| hij / zij / het | ondertitelt |
| wij / we | ondertitelen |
| jullie | ondertitelen |
| zij / ze | ondertitelen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | ondertitelde |
| jij / je | ondertitelde |
| hij / zij / het | ondertitelde |
| wij / we | ondertitelden |
| jullie | ondertitelden |
| zij / ze | ondertitelden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | ondertitele |
| jij / je | ondertitele |
| hij / zij / het | ondertitele |
| wij / we | ondertitelen |
| jullie | ondertitelen |
| zij / ze | ondertitelen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | ondertitelde |
| jij / je | ondertitelde |
| hij / zij / het | ondertitelde |
| wij / we | ondertitelden |
| jullie | ondertitelden |
| zij / ze | ondertitelden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | ondertitel |
| jullie (archaïsch) | ondertitelt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | ondertitelen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | ondertitelend |
Voltooid deelwoord
| — | ondertiteld |