Conjugation of onderstutten
/ˌɔn.dərˈstʏ.tə(n)/iets ondereind houden door er stutten onder te plaatsen Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | onderstut |
| jij / je | onderstut |
| hij / zij / het | onderstut |
| wij / we | onderstutten |
| jullie | onderstutten |
| zij / ze | onderstutten |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | onderstutte |
| jij / je | onderstutte |
| hij / zij / het | onderstutte |
| wij / we | onderstutten |
| jullie | onderstutten |
| zij / ze | onderstutten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | onderstutte |
| jij / je | onderstutte |
| hij / zij / het | onderstutte |
| wij / we | onderstutten |
| jullie | onderstutten |
| zij / ze | onderstutten |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | onderstutte |
| jij / je | onderstutte |
| hij / zij / het | onderstutte |
| wij / we | onderstutten |
| jullie | onderstutten |
| zij / ze | onderstutten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | onderstut |
| jullie (archaïsch) | onderstut |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | onderstutten |
Tegenwoordig deelwoord
| — | onderstuttend |
Voltooid deelwoord
| — | onderstut |