Conjugation of onderstrepen
/ˌɔn.dərˈstreː.pə(n)/een streep onder een woord of passage zetten Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | onderstreep |
| jij / je | onderstreept |
| hij / zij / het | onderstreept |
| wij / we | onderstrepen |
| jullie | onderstrepen |
| zij / ze | onderstrepen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | onderstreepte |
| jij / je | onderstreepte |
| hij / zij / het | onderstreepte |
| wij / we | onderstreepten |
| jullie | onderstreepten |
| zij / ze | onderstreepten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | onderstrepe |
| jij / je | onderstrepe |
| hij / zij / het | onderstrepe |
| wij / we | onderstrepen |
| jullie | onderstrepen |
| zij / ze | onderstrepen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | onderstreepte |
| jij / je | onderstreepte |
| hij / zij / het | onderstreepte |
| wij / we | onderstreepten |
| jullie | onderstreepten |
| zij / ze | onderstreepten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | onderstreep |
| jullie (archaïsch) | onderstreept |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | onderstrepen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | onderstrepend |
Voltooid deelwoord
| — | onderstreept |