Conjugation of onderlijnen
/ˌɔn.dərˈlɛi̯.nə(n)/een streep onder een woord of passage zetten Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | onderlijn |
| jij / je | onderlijnt |
| hij / zij / het | onderlijnt |
| wij / we | onderlijnen |
| jullie | onderlijnen |
| zij / ze | onderlijnen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | onderlijnde |
| jij / je | onderlijnde |
| hij / zij / het | onderlijnde |
| wij / we | onderlijnden |
| jullie | onderlijnden |
| zij / ze | onderlijnden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | onderlijne |
| jij / je | onderlijne |
| hij / zij / het | onderlijne |
| wij / we | onderlijnen |
| jullie | onderlijnen |
| zij / ze | onderlijnen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | onderlijnde |
| jij / je | onderlijnde |
| hij / zij / het | onderlijnde |
| wij / we | onderlijnden |
| jullie | onderlijnden |
| zij / ze | onderlijnden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | onderlijn |
| jullie (archaïsch) | onderlijnt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | onderlijnen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | onderlijnend |
Voltooid deelwoord
| — | onderlijnd |