Conjugation of onderkoelen
/ˌɔn.dərˈku.lə(n)/tot beneden het smeltpunt afkoelen Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | onderkoel |
| jij / je | onderkoelt |
| hij / zij / het | onderkoelt |
| wij / we | onderkoelen |
| jullie | onderkoelen |
| zij / ze | onderkoelen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | onderkoelde |
| jij / je | onderkoelde |
| hij / zij / het | onderkoelde |
| wij / we | onderkoelden |
| jullie | onderkoelden |
| zij / ze | onderkoelden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | onderkoele |
| jij / je | onderkoele |
| hij / zij / het | onderkoele |
| wij / we | onderkoelen |
| jullie | onderkoelen |
| zij / ze | onderkoelen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | onderkoelde |
| jij / je | onderkoelde |
| hij / zij / het | onderkoelde |
| wij / we | onderkoelden |
| jullie | onderkoelden |
| zij / ze | onderkoelden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | onderkoel |
| jullie (archaïsch) | onderkoelt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | onderkoelen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | onderkoelend |
Voltooid deelwoord
| — | onderkoeld |