Conjugation of onderhuren
/ˈɔn.dərˌɦy.rə(n)/stiekem verhuren aan een ander Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | onderhuur |
| jij / je | onderhuurt |
| hij / zij / het | onderhuurt |
| wij / we | onderhuren |
| jullie | onderhuren |
| zij / ze | onderhuren |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | onderhuurde |
| jij / je | onderhuurde |
| hij / zij / het | onderhuurde |
| wij / we | onderhuurden |
| jullie | onderhuurden |
| zij / ze | onderhuurden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | onderhure |
| jij / je | onderhure |
| hij / zij / het | onderhure |
| wij / we | onderhuren |
| jullie | onderhuren |
| zij / ze | onderhuren |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | onderhuurde |
| jij / je | onderhuurde |
| hij / zij / het | onderhuurde |
| wij / we | onderhuurden |
| jullie | onderhuurden |
| zij / ze | onderhuurden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | onderhuur |
| jullie (archaïsch) | onderhuurt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | onderhuren |
Tegenwoordig deelwoord
| — | onderhurend |
Voltooid deelwoord
| — | onderhuurd |