Conjugation of onderfinancieren
/ˌɔn.dərˈfi.nɑn.siː.rə(n)/te weinig geld hebben of beschikbaar stellen om de gewenste doelen te financieren Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | onderfinancieer |
| jij / je | onderfinancieert |
| hij / zij / het | onderfinancieert |
| wij / we | onderfinancieren |
| jullie | onderfinancieren |
| zij / ze | onderfinancieren |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | onderfinancieerde |
| jij / je | onderfinancieerde |
| hij / zij / het | onderfinancieerde |
| wij / we | onderfinancieerden |
| jullie | onderfinancieerden |
| zij / ze | onderfinancieerden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | onderfinanciere |
| jij / je | onderfinanciere |
| hij / zij / het | onderfinanciere |
| wij / we | onderfinancieren |
| jullie | onderfinancieren |
| zij / ze | onderfinancieren |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | onderfinancieerde |
| jij / je | onderfinancieerde |
| hij / zij / het | onderfinancieerde |
| wij / we | onderfinancieerden |
| jullie | onderfinancieerden |
| zij / ze | onderfinancieerden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | onderfinancieer |
| jullie (archaïsch) | onderfinancieert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | onderfinancieren |
Tegenwoordig deelwoord
| — | onderfinancierend |
Voltooid deelwoord
| — | onderfinancieerd |