Conjugation of onderbouwen
/ˌɔn.dərˈbɑu̯.ə(n)/argumenten aandragen die het beweerde ondersteunen en aannemelijk maken Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | onderbouw |
| jij / je | onderbouwt |
| hij / zij / het | onderbouwt |
| wij / we | onderbouwen |
| jullie | onderbouwen |
| zij / ze | onderbouwen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | onderbouwde |
| jij / je | onderbouwde |
| hij / zij / het | onderbouwde |
| wij / we | onderbouwden |
| jullie | onderbouwden |
| zij / ze | onderbouwden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | onderbouwe |
| jij / je | onderbouwe |
| hij / zij / het | onderbouwe |
| wij / we | onderbouwen |
| jullie | onderbouwen |
| zij / ze | onderbouwen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | onderbouwde |
| jij / je | onderbouwde |
| hij / zij / het | onderbouwde |
| wij / we | onderbouwden |
| jullie | onderbouwden |
| zij / ze | onderbouwden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | onderbouw |
| jullie (archaïsch) | onderbouwt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | onderbouwen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | onderbouwend |
Voltooid deelwoord
| — | onderbouwd |