Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | onderbind |
| jij / je | onderbindt |
| hij / zij / het | onderbindt |
| wij / we | onderbinden |
| jullie | onderbinden |
| zij / ze | onderbinden |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | onderbond |
| jij / je | onderbond |
| hij / zij / het | onderbond |
| wij / we | onderbonden |
| jullie | onderbonden |
| zij / ze | onderbonden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | onderbinde |
| jij / je | onderbinde |
| hij / zij / het | onderbinde |
| wij / we | onderbinden |
| jullie | onderbinden |
| zij / ze | onderbinden |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | onderbonde |
| jij / je | onderbonde |
| hij / zij / het | onderbonde |
| wij / we | onderbonden |
| jullie | onderbonden |
| zij / ze | onderbonden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | onderbind |
| jullie (archaïsch) | onderbindt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | onderbinden |
Tegenwoordig deelwoord
| — | onderbindend |
Voltooid deelwoord
| — | onderbonden |